Parijs – Roubaix, door Manuel Nepveu

Eerste Paasdag, de Hel van het Noorden. Ik zit voor de televisie wachtend op de momenten van het Grote Lijden. Wachtend op de wielrenners die met vrees in het lijf “oerend hard” het Bos van Wallers in zullen rijden, niet wetende hoe glad de kasseien er zullen zijn. De valpartijen, de buitelingen. Leuk om te zien, helemaal niet zo leuk om zelf te ervaren. ...En dan maakt plotseling een wielrenner zich los van zijn omgeving. Ik weet zeker dat de Vlamingen in hun huiskamers voor de tv de geur van heiligheid -met dank aan grootmeester Donner- denken te ruiken. Een slordige 55 kilometer rijdt de heilige Tom Boonen alleen voorop, zijn pedalen met overmacht in de rondte malend. Pronken met je superioriteit, heet dat.
Ik heb altijd wat dubbel naar het wielrennen gekeken. Wel leuk en spannend, maar ook kongsi's onderweg, babbelende wielrenners in de kopgroep over wie mag winnen als de finish nog ver weg is. Wielrennen is bepaald niet een ieder-voor-zich gebeuren, het gaat over groepen en belangen van groepen. Commentator Mart Smeets heeft misschien al wel honderdmaal uitgelegd dat het niet anders kan en trouwens ook dat je een grote koers niet wint op een boterham met pindakaas. Hoe dan ook, de eenzame fietser van Boudewijn de Groots bekende lied is veelal zo eenzaam nog niet. Hij heeft velerlei helpers en hulpen.

Maar dan dit! De fietser die niemand kan bijhouden, die op een afstand van Zoetermeer naar Utrecht een minuut voorsprong op de rest succesvol verdedigt. Niemand die in deze klassieker ook maar in zijn wiel komt! Hoewel ik niet thuis op de bank ben gaan springen kon ik de heroïek van deze laatste 55 kilometer uitstekend navoelen. Mart Smeets zei het duidelijk: “Hij is zoveel beter dan de rest. Mag hij dat dan ook niet tonen? Nee, móét hij dat dan ook niet tonen?”
En juist deze woorden brachten vervolgens een koninklijke associatie teweeg met de zegereeks Fischer-Taimanov 6-0, Fischer-Larsen 6-0, Fischer-Petrosian 6½-2½, Fischer-Spasski 12½-8½. Showing off superiority! Dat is toch eigenlijk waar het in de topsport om gaat. In het calvinistische, egalitaire Nederland komt dat niet altijd zo goed aan, maar dit is wel de kern. Er zijn mooie overwinningen van sprinters als Cavendish, maar de individuele ontsnapping, waarbij een renner zich losmaakt uit het peloton en na een lange vlucht op eigen kracht overwint, spreekt net even wat meer tot de verbeelding. Op eigen kracht presteren, helpers weg.
Het is mede dit aspect dat ook het schaken zo aantrekkelijk maakt. De winnende schaker wordt niet in een zetel naar de finish gedragen om daar het karwei af te maken. Hij is onbetwistbaar en als enige de grootste, de mooiste, de sterkste. Zijn zege hoeft hij met niemand te delen. De zuiverheid hiervan spreekt aan. Nooit gedacht dat de wielerklassieker Parijs – Roubaix me dit nog eens duidelijk zou doen beseffen...


Meer columns van Manuel Nepveu

21 april 2012