Uit de hemel

Er is mij wel eens gevraagd hoe ik telkens aan onderwerpen voor een verhaaltje kom, voor een column beter gezegd. Welnu, de gebeurtenissen in de buitenwereld vormen een bron, dat lijkt me een open deurtje. Anderzijds denk ik ook af en toe na en dan kijk ik of ik bepaalde overwegingen in een column kwijt kan. En heel af en toe komt er een onderwerp uit de hemel vallen. Zoals nu.

Ik heb Hans Meijer nooit verteld wanneer ik jarig was. Toch viel precies op mijn zestigste verjaardag (dank u, dank u) een pakket uit Bolivia bij mij in de brievenbus. Uit het pakket rolde een uitgave van de Acta Nova, een keurig uitgegeven tijdschrift van de Universidad Catolica Boliviana San Pablo, Unidad Academica Cochabamba. Dat is een hele mondvol. Ik zou met gemak een hele column kunnen wijden aan het fenomeen “katholieke universiteit” en ik zou u kunnen uitleggen dat in elk geval één van de gebruikte woorden niet op zijn plaats is. Ik doe het niet, ik houd mij in.
Terug naar de inhoud van het pakket: de Acta Nova van december 2010, vers van de pers. Het is inmiddels 2012, maar in Bolivia lopen ze wel eens achter. Gewoon niets van aantrekken. Alle artikelen in het blad zijn geschreven in het Spaans, behalve ééntje. Die is in het Engels en van de hand van Hans. Iets met getallen. Iets met het schaakbord. Alweer! In een wat grijzer verleden heeft Hans alreeds een groot fanatisme aan de dag gelegd om het schaakbord in verband te brengen met allerlei stukken wiskunde en daarmee is hij nu dus vrolijk verder gegaan. In een eerdere aflevering van de Acta Nova (van december 2008) hadden Hans en ik samen iets gepubliceerd. Het stuk had de romantische, maar niet meteen voor iedereen begrijpelijke titel “Euler's ship on the pentagonal sea”. Het was grotendeels ontstaan uit een weddenschap met Hans Böhm, maar onze Hansepans had kans gezien om er een flink stuk onvervalste getallentheorie in te verwerken, terwijl ik me voornamelijk (maar niet helemaal) beperkte tot een strakke, nuchtere behandeling van de weddenschap zelf. De samenwerking was voorbeeldig, zoals die dat ook was geweest toen we samen het clubblad van Promotie nog redigeerden. Ook daar werd ik trouwens al getroffen door de verbetenheid waarmee Hans zich stortte op retrograde problemen en de problemen van ene Mitrofanov, een schaakcomponist. Het gaat hier in beide gevallen om exacte materie. Zo leer je de man kennen. Als je bedenkt dat Hans uiteindelijk bij zijn werkgever KPN in de commerciële hoek terecht kwam, dan hebben we kennelijk te maken met “zwei Seelen in einer Brust.” Hans moet de noodzakelijke rekkelijkheid hebben bezeten en tegelijkertijd ook de ijzeren rechtlijnigheid die hij in het spel met getallen en schaakproblemen aan de dag legde. Van schizofrenie zal ik nog net niet spreken...

En nu dus weer! Hans behandelt maar liefst vier problemen. Ik noem bij wijze van voorbeeld de eerste: Op hoeveel manieren kan een toren op a1 naar h8 kan komen als alleen bewegingen over één veld naar boven en naar rechts geoorloofd zijn? Bij elk veld schrijft hij op hoeveel manieren er zijn om er dan te arriveren. En dan blijkt het schaakbord plots de driehoek van Pascal te herbergen:


Dat is nog tot daaraan toe, maar het blijkt ook nog eens dat bepaalde series paardensprongen op dit bord de we-reld-beroemde “konijnen”getallen van Fibonacci opleveren: 1,1,2,3,5,8,13,21,34,55,....
Deze queeste verraadt Hans' gevoel voor het Ware en het Schone. Ik weet niet of Hans ooit iets aan filosofie heeft gedaan, maar ik zou denken dat hij en Plato –misschien moet dit andersom zijn – uitstekend door een deur hadden gekund.

Ik zei het al: deze column is uit de hemel komen vallen. Op Koninginnedag zat ik nog “column-gericht”over de achterlijkheid van het Oranjevolk te mijmeren en hoe daar een schaakcolumn van te maken. Maar dit is toch net ietsjes mooier. En nu, terwijl ik zojuist op Google heb gezien dat Feyenoord tweede is geworden, sluit ik dit stuk tevreden af. Hans, bedankt!


Meer columns van Manuel Nepveu

20 mei 2012