ďDe eerste keerĒ door Theo Mooijman


Er is altijd een eerste keer. Als er geen eerste keer is, dan is er niets. Frappant is dat het geheugen van al die eerste keren maar weinig beschikbaar stelt aan de bezitter van dat geheugen. Mijn eerste keer in de tram, naar het strand, naar school, naar het werk, Ik weet er niets meer van. Er zijn wel eerste keren die wel blijven hangen: solliciteren bijvoorbeeld, de dienstkeuring ook. Die laatste mag eigenlijk niet genoemd worden omdat het geen eerste keer is, maar een enige keer. Een enige keer laat zich gemakkelijker herinneren. Een eerste keer is alleen maar een eerste keer als er ook een tweede keer komt. Zo zijn de eerste kus en de eerste innige aanraking wel oproepbaar. Maar zouden toch wel dominant in geheugen staan als het enige keren waren geweest.

Helaas is het zo dat een eerste keer naarmate er meer keren komen het gevaar loopt vermengd te worden met een andere keer. De eerste keer fietsen zal mij ook altijd bij blijven. Er waren geen fietsen met zijwieltjes en ouders hadden ook geen tijd om zich daar mee in te laten. Fietsen leerde je van je vriendjes. Nadat ik in het Papaverhof (populaire speelstraat omdat er weinig doorgaand verkeer was) wankelend en slingerend op gang was gekomen knalde ik tegen een muurtje op. Remmen met een terugtraprem en de bocht nemen met een behoorlijke snelheid was op dat moment nog een kunst die ik niet beheerste. De eerste keer dat ik een externe schaakwedstrijd speelde, zal ik ook nooit vergeten. Niet vanwege de partij. Maar vanwege het feit dat ik als 12 jarig werd opgehaald in een zeer dure auto, een Rover. Mijn meerijden had zich tot dan beperkt tot de VW-kever van de slager. Ik moest om 18.50 uur bij de Apotheek naast Bethlehemkerk staan om mee te gaan met DD 5 naar 's Gravenzande. En daar stopte opeens die dure auto. Ik keek mijn ogen uit.

De eerste keer dat ik Caro-Kann in een officiŽle partij speelde zal ik ook nooit vergeten. Ik stond binnen enkele minuten mat door een geniepige truc die ik bij het bestuderen van die opening niet was tegengekomen. Tot op de dag van vandaag beschouw ik die nederlaag als de meest pijnlijke Ik weet al heel lang dat ik ooit een column zou schrijven over de eerste keer. Ik heb namelijk nog een aantal eerste keren te gaan. Ik ben nog nooit in een Ikea vestiging binnen geweest en ook nog nooit in de Mediamarkt. Ik ben dat ook niet van plan, maar ik kan niet garanderen dat ik zo'n bezoek kan blijven vermijden. Maar zonder schaakmoment komt zo'n eerste keer natuurlijk niet in aanmerking voor vermelding in een verhaal..

In 1955 speelde ik, als 10-jarige tegen Fenny Heemskerk, dameskampioen van Nederland. Zij gaf een simultaan na afloop van het Nederlands Jeugdkampioenschap dat in de HBS aan de Populierstraat werd gehouden. Daar mochten scholieren ook aan deelnemen. Ik hield stand en in het eindspel bood zij remise aan, hetgeen ik enigszins verbouwereerd accepteerde. Omstanders vertelde mij dat het geen cadeau was maar een echte remise. Ik stond zelfs iets beter. Dit resultaat werd een eerste keer. En wel van een reeks zonder nederlagen tegen meisjes en vrouwen. Tegen Rie Timmer speelde ik later een keer remise; alle anderen waaronder een toen jeugdige Ingrid Jansen werden verslagen.

Ik heb dus nog een eerste nederlaag tegen een vrouw tegoed. Vorige week zou het zo ver komen. en na enkele zetten in de opening wist ik: daar komt de column aan. Door een onverklaarbare kortsluiting in mijn brein deed ik een absolute grafzet. Kamikaze zet is ook een goede bewoording. Mijn jeugdige tegenstandster (18 jaar of zo iets) keek even of er een valstrik in zat en hakte daarna resoluut de pion van het bord en fileerde daarna in hoog tempo zeer vakkundig mijn stelling. Het middenspel duurde kort. Zij stuurde aan op een eenvoudig te winnen toren-eindspel. En in dat laatste kan een mens zich nog wel eens vergissen. Door een eigen centrum pion af te staan om een vrijpion te creŽren aan de zijkant, gaf zij mij een kansje op beetje tegenspel. En daaruit kwam de mogelijkheid van een offer-combinatie die tot geforceerd remise zou leiden. Ik bood op dat moment remise aan, maar daar wilde zij niets van weten. Niet verstandig, want door het vermijden van de remise kwam zij uiteindelijk zelfs in een verloren stand terecht. Er is derhalve nog steeds geen eerste keer, maar het verhaal is er wel..


Meer columns van Theo Mooijman

05 mei 2012